Jodiumtekort

Informatie over jodium

Auteur: Redactie Team Page 1 of 4

Jodium en ADHD

ADHD heeft voor velen indringende gevolgen voor hun functioneren en hun omgeving. Al lange tijd wordt gezocht naar een verklaring, tot op heden zonder een eenduidige oorzaak. In 2008 werd geopperd dat er mogelijk een relatie kan zijn tussen jodiumtekort en ADHD.

In 2015 werd een onderzoek gepubliceerd dat gekeken heeft naar een mogelijk associatie. Uiteraard is dat nog geen bewijs dat een verminderde jodiuminname een rol speelt. Maar eerst zal er toch met dit soort associatie onderzoek moeten worden aangetoond dat er een mogelijk relatie is. Pas daarna is het van belang om te bekijken of suppletie met jodium een verbetering kan geven.

Het onderzoek is in 2009 gestart, waarbij in ongeveer 1 jaar tijd 89 kinderen werden onderzocht. Daarbij werden een aantal bekende ADHD testen afgenomen en gescoord. Verder werden schildklier waarden en schildklier antistoffen bepaald en tevens de jodium uitscheiding in de urine.

De gemiddelde leeftijd was 9,5 jaar en 83% van de kinderen was een jongen. De mean uitscheiding in de urine bedroeg 92,5 µg/L. Jodiumdeficientie werd bij 72% van de kinderen vastgesteld. Niet met alle scores was er een duidelijke relatie (de zgn WISC-R en CPRS). Wel was er een significante associatie met de hyperactiviteit in de CTRS. Tevens was er een significante relatie met het lerende vermogen.

Maar het belangrijkste wat uit de studie blijkt is dat er een duidelijke associatie is tussen een verlaagde jodiumuitscheiding in de urine en ADHD.

Van belang is het om daarna te bekijken of jodiumsuppletie effecten heeft op de ADHD zelf. Ook relatief kleine verbeteringen. kunnen belangrijk zijn voor een beter functioneren. Nog belangrijker is om te bekijken of er bij vrouwen/gezinnen die voldoende jodiumsuppletie tijdens zwangerschap en borstvoeding krijgen en waarbij het gezin ook daarna voldoende jodium binnenkrijgt minder ADHD ontstaat.

Immers de grootste waarde van onze vitamines en mineralen is het voorkomen van gezondheidsproblemen. Het herstellen van eenmaal ontstane gezondheidsschade is lang niet altijd (volledig) mogelijk.

Helaas heeft tot op heden een dergelijk vervolgonderzoek niet plaatsgevonden.

Verheesen RH, Schweitzer CM. Iodine deficiency, more than cretinism and goiter. Med Hypotheses 2008;71:645–8. https://doi.org/10.1016/j.mehy.2008.06.020.

Yüksek SK, Aycan Z, Öner Ö. Evaluation of Iodine deficiency in children with attention deficit/hyperactivity disorder. JCRPE J Clin Res Pediatr Endocrinol 2016;8:61–6. https://doi.org/10.4274/jcrpe.2406.

Jodium in crackers

Daar waar het bij niet biologisch brood verplicht is om bakkerszout met jodium te gebruiken is dat voor alle andere producten volledig vrijwillig. In een tijd waarin steeds minder mensen brood zijn gaan eten en zijn overgestapt op allerlei broodvervangers, zoals crackers, is het verstandig om te kijken of op die manier burgers voldoende jodium binnen krijgen.

Het is opmerkelijk dat daar geen onderzoek naar wordt gedaan, ondanks de essentiële rol van jodium. Het enige onderzoek werd enige tijd geleden verricht door de consumentenbond in 2010. Daarin werd het zoutgehalte beoordeeld en of er sprake was van gejodeerd zout of niet.

Resultaten

De resultaten zijn niet erg geruststellend. Enerzijds niet vanwege de regelmatig forse hoeveelheid zout an anderzijds vanwege het feit dat er nauwelijks gejodeerd zout werd gebruikt. Alleen enkele duurdere crackers maakten daar gebruik van, helaas geen van de crackers met een goede beoordeling. De conclusie was dan ook dat mensen die overstappen van brood naar crackers een behoorlijk risico lopen op een jodiumtekort.

Jodium en brood

Aan brood wordt jodiumhoudend zout toegevoegd. Om die reden is brood, naast jodiumhoudend zout, een belangrijke bron van jodium. Tot juni 2009 werd een onderscheid gemaakt tussen broodzout en bakkerszout. Tot die tijd werd broodzout alleen toegevoegd aan brood en bakkerszout werd in alle andere producten zoals koekjes en gebak.

Historie van jodium in brood

Brood als jodiumbron is in 1942 gekozen omdat dit door de meeste mensen dagelijks in voldoende hoeveelheid werd gegeten. Daarbij werd tot 2009 broodzout gebruikt wat 70-85 mg per kg zout bevatte. Mede vanwege EU bepalingen is broodzout sinds 2009 niet meer toegestaan en vervangen door bakkerszout wat 50-65 mg per kg zout bevat.

Daarnaast was de hoeveelheid zout in het brood in 1942 veel hoger dan vandaag en bedroeg 2,5 %. In 2009 is bepaald dat dit niet meer mag zijn dan 1,8%, maar inmiddels wordt getracht dit zoveel mogelijk te verminderen. Een test van de consumentenbond een aantal jaren geleden liet zien dat ambachtelijk brood vaak nog teveel zout bevat alhoewel sommig bakkers slechts 1,3% zout te gebruiken. Bij de industriële bakkers is het zoutgehalte over het algemeen lager dan bij de ambachtelijke bakkers (Rapport consumentenbond over zout in brood).
Uit onderzoek door Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij blijkt dat in 2019 het gemiddelde zoutpercentage in Nederlands brood 1,6% bedroeg (zie hier).
Daarnaast is het goed te realiseren dat biologisch brood vaak zeezout bevat waar nauwelijks jodium in zit. Er is dan ook geen verplichting om in biologisch brood jodiumhoudend zout te gebruiken.

Jodium per boterham

Wat zit er nu in een boterham? Bij een percentage van 1,3% bevat een boterham 0,3 gram zout, wat betekent 19,5 microgram jodium. Als het zout tenminste 65 mg per kg bevat. Is dat 50 mg per kg dan is het 15 microgram jodium per boterham.
Bij een percentage van 1,6% hebben we het over 0,35 gram zout per boterham. Wat neerkomt op 22,75 tot 17,5 microgram jodium per boterham bij respectievelijk 65 of 50 mg jodium per kg zout.
Voor een zwangere of borstvoeding gevende vrouw is het eigenlijk onmogelijk om met brood voldoende jodium binnen te krijgen. Om 250 microgram binnen te krijgen zou ze meer dan tien boterhammen per dag moeten eten.

Grote veranderingen in eetpatroon

Daarnaast is het goed om te realiseren dat het eetpatroon in de beginperiode totaal anders was. Vis werd in die tijd veel vaker gegeten dan vandaag. Op vrijdag was vaak de vismarkt en vis was goedkoper dan vlees. Daarnaast werd er in de maanden met de r in de maand vaak levertraan gebruikt. Beide bevatten een behoorlijke hoeveelheid jodium. Daarnaast werd jodiumhoudend zout in de keuken zeer veel gebruikt. Zoutbeperking kenden we toen niet. Ondanks dat totaal andere eetpatroon was het nodig om ook jodium via het brood toe te voegen. Waarbij men meer en vaker brood at dan tegenwoordig. Zeker nu we vaak minder koolhydraten eten, eten we ook minder brood. En zoals gezegd eten we biologisch brood wat vaak geen bakkerszout bevat.

De keus die vroeger werd gemaakt voor brood als jodiumbron is vandaag niet meer zo logisch. Duidelijk is dat er grote individuele verschillen zijn en er geen algemene regel mogelijk is.

Het is dus verstandig om zelf te beoordelen hoeveel brood men eet en of dat voldoende is om dagelijks genoeg jodium binnen te krijgen.

Nederlands advies

Het Nederlandse advies is onder te verdelen in twee onderdelen. Enerzijds het algemene advies, waarbij nog een onderscheid tussen kinderen en volwassenen is te maken en anderzijds het advies voor zwangere en borstvoeding gevende vrouwen.

Algemene advies

Voor wat betreft het algemene advies svolgt Nederland de wereldwijde adviezen van de WHO. Dat betekent een inname van 150 µg jodium per dag. Dit advies is nog altijd gebaseerd op het oude inzicht dat jodium alleen belangrijk was voor het voorkomen van struma en cretinisme (dwerggroei). Het advies is al tientallen jaren niet meer aangepast aan de nieuwere inzichten en onderzoeken met betrekking tot de rol van jodium anders dan de schildklier.

Voor kinderen is dat advies iets lager en wordt er een onderscheid gemaakt in verschillende leeftijdscategorieën

In de tabel staan de aanbevolen dagelijkse innames. Daarbij is er een onderscheid te maken tussen de adviezen vanuit Institute of Medicine vanuit Amerika en de adviezen vanuit de WHO. Zowel in dosering als leeftijdscategorie zitten er wat verschillen. In Europa worden over het algemeen de WHO richtlijnen gevolgd en dat geldt in ieder geval voor Nederland.

Zwangerschap en borstvoeding

Ten aanzien van zwangerschap en borstvoeding gelden duidelijk andere adviezen. Hier is de dosering 60% hoger dan gebruikelijk. En dat geeft problemen zonder aanvullende adviezen tijdens deze periode. Het is niet te verwachten dat het voedingspatroon dusdanig wijzigt dat deze groep vrouwen plots 60% meer jodium zal binnenkrijgen.
In Nederland halen we gemiddeld genomen de aanbevolen hoeveelheid van 150 µg per dag al niet laat staan 250 µg per dag. In meerdere landen (o.a. Amerika, Canada, Australië) wordt deze groep dan ook geadviseerd om een extra jodium supplement te gebruiken. Eigenlijk net als foliumzuur. Helaas niet in Nederland. Mede gezien de opeenvolgende resultaten en eerdere conclusies van het RIVM is dit niet logisch.

Het is dan ook volstrekt onduidelijk waarom Nederland niet de adviezen van de WHO opvolgt door een gericht suppletie advies te geven tijdens zwangerschap en borstvoeding.

Personalized suppletie

Het is heel goed te realiseren dat er een groot verschil is tussen een algemeen voedingsadvies, zoals de Gezondheidsraad en Voedingscentrum geven, en er voor zorgen dat elke Nederlander voldoende jodium binnenkrijgt. Een algemeen advies zal er altijd voor zorgen dat er mensen zijn die teveel binnenkrijgen of te weinig binnenkrijgen. Op dit moment helaas veel meer mensen te weinig dan teveel.

In deze moderne tijd waarin de aandacht op het gebied van gezondheid steeds meer verschuift naar eigen verantwoordelijkheid en gepersonaliseerde advisering (zoals personalized medicine, personalized food etc) is het goed om dat ook voor suppletie te doen. Zeker voor bouwstenen die van nature niet voldoende in onze voeding voorkomen, met als twee belangrijkste jodium en vitamine D.

Sullivan KM. Iodine supplementation for pregnancy and lactation: United States and Canada: Recommendations of the American Thyroid Association. Thyroid 2007;17:483–4.

Leung AM, Pearce EN, Braverman LE. Iodine nutrition in pregnancy and lactation. Endocrinol Metab Clin North Am 2011;40:765–77.

Jodium en blokkade opname

In Jodium en opname is het opname systeem van jodium aan de orde geweest. Daarbij is in de afgelopen jaren veel duidelijk geworden over de rol van de Natrium Iodine Symporter (NIS) en de rol in het lichaam bij de opname van jodium. Deze symporter is als het ware de poort via waar het jodium het lichaam binnenkomt. Die poort kan echter door allerlei andere stoffen worden geblokkeerd.

In diverse onderzoeken is ook duidelijk geworden dat diezelfde symporter hinder kan ondervinden van diverse verstorende factoren. In dat kader zijn de andere halogenen van belang om te noemen. De belangrijkste daarbij zijn Bromide en Fluoride. Deze twee kunnen zich net als jodium vrij makkelijk binden aan de NIS. En als de NIS is bezet met een van deze halogenen dan kan jodium er niet meer bij en dus niet worden opgenomen.

Uit studies van voor de ontdekking van de symporter werd duidelijk dat de poort een voorkeur heeft voor jodium boven bromide en fluoride. Echter deze voorkeur is wel afhankelijk van de concentratie. Dus in een situatie waar maar weinig jodium aanwezig is kunnen bromide en fluoride de poort makkelijker blokkeren dan in het geval er mer jodium aanwezig is. Het is een zogenaamde competitieve blokkade.

Datzelfde geldt voor diverse andere stoffen. Waaronder bijvoorbeeld perchloraat en thiocyanaat. Perchloraat komt op zich niet veelvoor in het milieu. Echter het plakt tot 8 maal makkelijk aan de poort dan jodium zelf dus er is minder van nodig om jodium eraf te duwen”. Ook thiocyanaat plakt veel makkelijker aan de poort. Echter thiocyanaat komt veel vaker voor en speelt een veel belangrijkere rol. In de tropen wordt cassave zeer veelvuldig gegeten en gebruikt als meel. Echter cassave bevat thiocyanaat. Het is al veel langer bekend dat dit de jodiumopname blokkeert en daardoor struma en hypothyreoïdie kan veroorzaken. Dat geldt ook voor sigaretten. Ook deze bevatten thiocyanaat en blokkeren de opname met een belemmering van de schildklier functie, wat al langer bekend is. En tenslotte is de industriële luchtvervuiling een belangrijke veroorzaker van verhoogde thiocyanaat niveau’s die de opname van jodium blokkeren.

Thiocyanaat wordt niet voor niks gezien als misschien wel de belangrijkste factor die op optimale opname van jodium en een optimale schildklierwerking blokkeert en daarmee de gezondheid ondermijnt. Het mag duidelijk zijn dat dit nog veel makkelijker kan als we ene jodiumtekort hebben.

Jodiumsituatie in Engeland

De jodiumsituatie in Engeland is, net als in veel andere Westerse landen, zorgelijk. In 2011 is een artikel in die Lancet gepubliceerd waarbij de jodiumstatus bij schoolgaande meisjes in de leeftijd van 14-15 is onderzocht. De metingen werden verricht in juni-juli 2009 en in november-december 2009.

Uiteindelijk werden 737 urine monsters verzameld. De mediane jodium uitscheiding in de urine bedroeg 80,1 µg/l, ver onder de minimale grens van 100 µg/l die de WHO hanteert. Een mild jodiumtekort werd volgens de onderzoekers vastgesteld bij 51%, een matig jodiumtekort bij 16% en een ernstig tekort bij 1%. Even uitgaande van 66 miljoen inwoners betekent dat meer dan een half miljoen Engelsen een ernstig tekort heeft, bijna 10 miljoen een matig tekort en ruim 33 miljoen een mild tekort.

De auteurs concluderen dan ook dat Engeland jodiumdeficient is. Zij dringen aan op actie vooral ook omdat ook een mild jodiumtekort uiteindelijk tot duidelijke beperkingen in de gezondheid leidt. Met name vragen zij aandacht voor de zwangeren en borstvoeding gevende vrouwen gezien de beperkingen op de ontwikkeling van het kind.

Helaas is met het dringende advies weinig tot niets gedaan En dus is Engeland behoorlijk deficiënt en ver verwijdert van een optimale gezondheid.

Vanderpump MPJ, Lazarus JH, Smyth PP, Laurberg P, Holder RL, Boelaert K, et al. Iodine status of UK schoolgirls: A cross-sectional survey. Lancet 2011.

Page 1 of 4

Copyright © 2020 All rights reserved